De siroop van Boyveau Laffecteur

Archeoloog Wim Tiri werkt als vrijwilliger in ons onroerenderfgoeddepot. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.

“Voor de genezing van huidziekten, verzweringen, kanker, hoofdzeer, verouderde wonden, ingeworteld schurft, koningszeer en schurbuik``

Uit de opgraving op de Jacobsmarkt komt een vormgeperste groenglazen slanke cilindrische medicijnfles met een lange hals met afhangende afgeronde schouder en onder de lip een afgewerkte platte glasdraad. Op de schouder staat een glaszegel met als randschrift: ‘BOYVEAU LAFFECTEUR’. Deze fles bevatte een siroop met geneeskrachtige eigenschappen.

Een reclameadvertentie uit De Kempenaar van zaterdag 15 mei 1858 prijst deze stroop (rob) aan als “gemakkelyk om te verteeren, aengenaem van smaek en reuk“. Het zou beter en gezonder zijn dan de essence en stropen van de concurrentie en is verkieselyk aen de bereidingen uit kwikzilver. Dit van oorsprong antisyfilitische medicijn van Boyveau-Laffecteur genoot een grote bekendheid vanaf het einde van het Ancien Régime tot het midden van de 19de eeuw.

Pierre Boyveau (1743 – 1812) diende tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756 – 1763) als militair apotheker voordat hij aan de universiteit van Parijs de graad van doctor in de geneeskunde behaalde. Pierre Boyveau voegde de achternaam van zijn collega (en voormalig voedselinspecteur) Denis Laffecteur toe. Boyveau werd berucht omtrent de commerciële weg van zijn medicijn, dat hij verkreeg door slinkse reclame, een toestemming voor verkoop uit 1778 en de gunning uit 1781 voor de levering “ten behoeve van de ‘fransche zeemagt’ van Zijne Majesteit, evenals de marineziekenhuizen in de verschillende havens van de Koning”. In 1828 kocht een zakelijk ingestelde Jean Giraudeau de Saint-Gervais (1801 – 1861) medische formule aan en verdiende hij goed aan de verkoop van de siroop die liep tot ongeveer 1860.

Rob of rohub is een term van Arabische oorsprong die verwijst naar bereidingen met vruchtensappen die met suiker tot honingdikte werden ingekookt. Nog in de 20ste eeuw werden verschillende soorten rob in de apotheek bereid. De bekendste waren vlierbessengelei, frambozen- en kweeperengelei. Zo werd in d’Amsterdammer Apotheek van 1686 bessengelei als volgt aanbevolen: ‘Zy is zeer alle gal, swavel en siltigheid t’onderbrengende, en verkoelen by gevolg, verslaan den dorst en verfrissen den mond, voornamentlijk in heete koorsen, heete gallige maag.’

In de siroop van Boyveau-Laffecteur waren geen fruitextracten te vinden in de siroop, maar de exotische oorsprong maakte wel indruk bij het publiek. Alhoewel de juiste samenstelling van de siroop geheim is gebleven, bestond deze allicht uit vier zweetdrijvende tropische planten (guajakhout (pokhout – een tropische houtsoort), chinawortel, sarsaparillawortel en sassafras), verschillende inheemse planten (zoals komijn, komkommerkruid, senna en muskusroos), suiker, honing (soms ook moerasriet) en water. Hoewel niet terug te vinden bij de ingrediënten – en desondanks de belofte in de advertenties – was het geen geheim dat er allicht ook kwik aan toegevoegd werd. 


Voor de genezing van syfilis werden in de 17de en 18de eeuw de eerder vermelde tropische plantensoorten gebruikt als de nieuwste belofte op genezing. Echter, deze middelen verloren snel hun status als wondermiddel (syfilis werd vooral met kwikpreparaten behandeld), maar deze planten gingen wel tot de standaardinventaris van de apotheker behoren.

Een beerkuil uit de opgraving Jacobsmarkt

De vondstcontext waarin deze medicijnfles werd gevonden – een rechthoekige beerkuil met resten van een houten bekisting – kan aan de hand van de fabrieksmerken op het industrieel wit aardewerk – afkomstig uit de fabrieken van Nimy (Mouzin Lecat), Jemmapes (Faïencerie de Jemmapes), La Louvière (Boch Frères Keramis), Maastricht (Société Céramique en Petrus Regout) – gedateerd worden tussen 1870 en 1915. De vulling van de beerkuil mag wel bijzonder genoemd worden door de aanwezigheid van vele schenkkannen, de herkomst van het industrieel wit aardewerk en de afwezigheid van kookgerei.

Bij deze dus weer een mysterie uit het depot opgelost.




Info voor bij de afbeeldingen (van links naar rechts):

Foto midden: Slanke cilindrische fles met lange hals, afhangende afgeronde schouder, afgewerkte platte draad onder de lip, opgebolde bodem. Vormgeperst groen glas. Glaszegel met ‘BOYVEAU LAFFECTEUR’. H. 23.5cm (Depot Erfgoed Noorderkempen, depot.nr. 2009_073_0916 – opgraving Jacobsmarkt, S433, contextdatering 1870 – 1915)

Foto boven: Briefhoofd van Boyveau Laffecteur, Médecin, chemiste, auteur… (Ebay)

Geraadpleegde bronnen: 

Advertentie voor “Rob Boyveau Laffecteur”. In: NRC Handelsblad, 5 januari 1869