Aan tafel!

Archeoloog Wim Tiri werkt als vrijwilliger in ons onroerenderfgoeddepot. In de reeks ‘Ondergrondse geheimen’ deelt hij zijn grote en kleine ontdekkingen.

“Potten, pannen, teijlen, schotelen, heelwerck ‘t zij groot off cleijn” (uit een Oosterhoutse gildebrief van 1756)

Tafelen ging er in de 15de en de 16de eeuw in een gewoon huishouden net iets anders aan toe dan tegenwoordig. De maaltijd werd genuttigd rond de haard, enkel de elite at aan een tafel. Borden ontbraken, gegeten werd met de handen, het bestek bestond veelal enkel uit een lepel (die ook vaak onderling werd gedeeld) en drinken gebeurde uit een kan.

Het is daarom niet zo verwonderlijk dat borden zelden of nooit in oudere contexten terug te vinden zijn. Borden uit de 15de en de 16de eeuw zijn dus relatief zeldzaam en kwamen voor in aardewerk en tin. Maar eigenlijk mag er in deze blog niet over borden gesproken worden, althans niet in de betekenis die wij er vandaag aan geven. Het eten werd immers geserveerd op schotels waaruit gezamenlijk werd gegeten. Borden bestonden niet, vorken waren er enkel om vlees te serveren. Het eetgerei bestond uit houten (of tinnen) snijplankjes (ook teljoren of tellers genoemd) en lepels in verschillende materialen.

Koen de Groote omschrijft in zijn monografie ‘Middeleeuws aardewerk in Vlaanderen’ een bord als ‘een lage, open vorm met een uitgeplooide rand, waardoor een duidelijk onderscheid ontstaat tussen de boord (de vlag genoemd) en het centrale deel (de spiegel).’ De oudste borden dateren uit de 14de eeuw en zijn gemaakt in roodbakkend aardewerk versierd met slib. Veelal hebben ze een brede opgebolde vlag, zijn ze dikwandig van scherf en staan op drie of meer uitgeknepen standvinnen. De borden uit het midden van de 16de eeuw hebben daarentegen een korte platte vlag maar staan nog steeds op drie standvinnen of hebben een standring.

Uit de opgraving Turnova (Brepols – S442) komt een bordje met een holle spiegel, een naar buiten geknikte platte vlag met afgeronde verdikte rand en een aangeknepen standring (r-bor-18). Het bordje is versierd met arcering (die bestaat uit vrij lange dunne lijntjes) en meanders op de vlag en balusters op de spiegel in slib, overtrokken met loodglazuur. Door de geleidelijke overgang van spiegel naar vlag die hier door een groef wordt aangegeven is dit bordje is vrij duidelijk aan de Oosterhoutse productie toe te schrijven. Het kan gedateerd worden rond 1580 – 1610.

Door de aanwezigheid van goede klei en de gemakkelijke aanvoer over water van brandstof (hout) voor de ovens was Oosterhout, een gemeente ten noorden van Breda, een ideale plek voor de productie van aardewerk, zeker al in 1450. De kenmerkende Oosterhoutse producten ontstonden in de 16de en de 17de eeuw wanneer er in het centrum ongeveer 26 pottenbakkers actief waren. Het waren toen haast uitsluitend vormen in roodbakkend gebruiksaardewerk, voornamelijk grapen en kannen naast borden met standring en slibversiering.

Lees ook de blog ‘potten tegen ratten ende muysen’, een voorraadpot uit Oosterhout.

Een tweede bordje (uit dezelfde afvalcontext) met een holle spiegel, een naar buiten geknikte platte vlag met afgeronde verdikte rand en een aangeknepen standring (r-bor-18). De spiegel is versierd is met slibsikkels. De voorzijde is voorzien van loodglazuur. De geeloranje kleur van het baksel en de aangebrachte versiering, zijnde de boogjes, doen vermoeden dat het bordje is gemaakt is in West-Brabant en vermoedelijk in Oosterhout. Als datering kan het het midden van de 16de eeuw naar voor geschoven worden. De versiering met slibsikkels komt voornamelijk voor op borden te dateren tussen 1450 en 1550.

Naast de lokaal geproduceerde borden in roodbakkend aardewerk waren er ook borden uit tin en het veelkleurig beschilderde majolica, gemaakt in Antwerpen vanaf 1450. Uiteraard waren deze eerder te vinden op de tafels van de begoede burgers.

Info bij de afbeeldingen:

  • Afb. 2 en 3: Bord in roodbakkend aardewerk, met holle spiegel en naar buiten geknikte platte vlag met van buiten aangedrukte afgeronde rand (r-bor-18). Loodglazuur en slibversiering: op de vlag: arcering/meander, op de spiegel: 5 balusters. Aan de voorzijde sterk afgesleten en roetsporen (ook achteraan). H. 4.4 cm, diam. rand. 22.2 cm. Oosterhout (nl.), omstreeks 1580 – 1610. (Erfgoed Noorderkempen, opgraving Brepols, context S442 – contextdatering 2de helft 16de eeuw, depotnr. 2009_161_0551)

  • Afb. 1 en 4: Bord in roodbakkend aardewerk, loodglazuur en slibversiering, met holle spiegel en naar buiten geknikte platte vlag met afgeronde verdikte rand, slibsikkels op spiegel (r-bor-18). Mogelijk Oosterhout (Nl.), omstreeks midden 16de eeuw. (Erfgoed Noorderkempen, opgraving Brepols, context S442 – contextdatering 2de helft 16de eeuw, depotnr. 2009_161_0548)

Geraadpleegde bronnen: